PISA leesvaardigheid daalt weer: waarom het antwoord bij je kleuter begint

28 september 2026 · Bas, mede-oprichter

PISA leesvaardigheid daalt weer: waarom het antwoord bij je kleuter begint

Op 8 september kwamen de nieuwe cijfers van PISA naar buiten, het internationale onderzoek naar de leesvaardigheid van vijftienjarigen. Het nieuws was slecht, en eerlijk gezegd niet verrassend. De PISA leesvaardigheid van Nederlandse jongeren is opnieuw gedaald: 39 procent van de vijftienjarigen leest zo zwak dat ze op school en daarna niet goed mee kunnen komen. Ik las de koppen als vader, niet als onderzoeker. En de vraag die bij mij bleef hangen was niet wat scholen nu moeten doen, maar wat er al veel eerder gebeurt, thuis, lang voordat een kind vijftien is.

Wat PISA leesvaardigheid 2025 precies laat zien

Eerst de cijfers, want die zijn scherp genoeg. In 2018 haalde een kwart van de Nederlandse vijftienjarigen het minimumniveau voor lezen niet. Bij de meting daarna was dat ongeveer een derde. Nu is het 39 procent. Binnen de groep van veertien Europese landen waarmee Nederland al sinds 2003 wordt vergeleken, scoort alleen Griekenland nog lager. Tot 2015 zaten Nederlandse tieners juist boven het Europese gemiddelde.

Stichting Lezen zette de uitkomsten op een rij en daar staat een detail in dat ik belangrijk vind. De daling is het grootst bij het begrijpen van een tekst en bij het nadenken over wat je leest. Informatie opzoeken gaat relatief nog het best. Jongeren kunnen dus prima een antwoord vinden, maar hebben steeds meer moeite om een tekst echt te snappen en er iets van te vinden.

Het cijfer dat mij het meest raakte

Tussen alle percentages zat er één dat weinig aandacht kreeg. Leerlingen geven zelf aan dat ze minder moeite doen voor de toets: hun eigen cijfer voor inspanning zakte van een 7,4 in 2018 naar een 7. En 14 procent van de leesvragen werd te snel en fout beantwoord. In 2018 was dat nog 7 procent. Een verdubbeling dus.

Dat zegt iets anders dan "ze kunnen niet lezen". Het zegt: ze blijven er niet bij. Een tekst vraagt aandacht, geduld en een beetje nieuwsgierigheid naar wat er verderop staat. Precies die leesconditie lijkt te verdwijnen. En leesconditie train je niet op je vijftiende met een methode. Die bouw je op, jaar na jaar, met verhalen die je wilde uitlezen.

Een jonge prins met een kroontje zit verbaasd op de rand van een groot hemelbed en ontdekt dat zijn broek weg is
Uit Prinsje Jamie is zijn broek kwijt

Waarom het antwoord bij je kleuter begint

Het debat na PISA gaat vooral over de middelbare school, over kerndoelen en over het actieplan dat staatssecretaris Tielen dit najaar presenteert. Dat is terecht. Maar een vijftienjarige die afhaakt bij een lange tekst, is vaak een kind dat al veel eerder heeft geleerd dat lezen iets is wat je moet, niet iets wat je wilt.

Stichting Lezen vat het onderzoek naar voorlezen helder samen. Kinderen die jong worden voorgelezen, lopen voor in taal en lezen, en dat effect is nog zichtbaar aan het eind van de basisschool en soms zelfs op de middelbare school. Wie vanaf de geboorte elke dag één boekje voorleest, laat een kind in de eerste vijf jaar naar schatting bijna 300.000 extra woorden horen. In prentenboeken staan bovendien veel meer verschillende woorden dan in gewone gesprekken tussen ouder en kind.

Maar voor mij gaat het om meer dan woorden. Op de bank, met een boek op schoot, leert een kind iets wat later op een toets het verschil maakt: blijven luisteren tot het einde, omdat je wilt weten hoe het afloopt. Die vraag, "en toen?", is het begin van leesconditie.

Wat je thuis kunt doen, zonder er een schoolvak van te maken

Het goede nieuws is dat hier geen methode voor nodig is. Wat wel helpt, is vrij eenvoudig.

Blijf voorlezen, ook als je kind zelf kan lezen. Juist in groep 4 en 5 kan een kind veel meer verhaal aan dan het zelf kan ontcijferen. Ik schreef er eerder over in wanneer stop je met voorlezen.

Stop op een spannend moment. Klap het boek dicht als het net interessant wordt en beloof dat je morgen verder gaat. Kinderen vinden dat vreselijk, en dat is precies de bedoeling.

Laat humor toe. Een kind dat hardop lacht om een prins die zijn broek kwijt is, leert dat een boek iets geeft. Dat is een betere motivatie dan welke leesbeloning ook.

Maak het geen overhoring. Vraag na afloop niet "wat heb je geleerd?" maar "wat zou jij doen?". Het eerste voelt als school, het tweede als een gesprek.

En laat je kind kiezen, ook als het een strip is. Daar heeft Lisa een mooi stuk over geschreven: kind leest alleen stripboeken.

Waarom wij hier iets van vinden

Laat ik eerlijk zijn: een boek van ons repareert geen PISA-score, en dat ga ik ook niet beweren. Maar de Leescoalitie reageerde op de cijfers met een oproep die mij aansprak, namelijk dat er een "brede leescultuur, ook buiten het onderwijs" nodig is. Buiten het onderwijs, dat is thuis. Dat is de bank, de bedrand en de tien minuten voor het slapen.

Daar maken wij onze boeken voor. Niet om een kind iets te leren, maar om het te laten merken dat een verhaal over jou kan gaan en dat je wilt weten hoe het afloopt. Wie op zijn vierde zo'n boek twintig keer wil horen, heeft op zijn vijftiende een betere kans om bij een lange tekst te blijven.

Cover van het kinderboek Prinsje Jamie is zijn broek kwijt
Prinsje Jamie is zijn broek kwijt, voor kinderen van 4 tot 9 jaar. Bekijk het boek

Benieuwd wat een kind aan een boek bindt? Blader dan eens door onze boeken en lees de eerste bladzijden hardop voor. Je merkt snel genoeg of je kind wil weten hoe het verder gaat.

Bronnen